De vroege geschiedenis van de electrische solid body gitaar

Aan de wieg van de volledig electrische solid body gitaar stonden twee belangrijke mensen. dat waren Leo Fender en Les Paul. Les Paul was een jazzgitarist die hield van experimenteren en hij was ook een begenadigd knutselaar. Leo Fender was allereerst een gitaarbouwer en aan hem viel de eer te beurt om het eerste werkende type van de electrische gitaar op de markt te brengen. Dit was de Broadcaster. Een sterk op de latere Telecaster lijkende gitaar.
Er werd al langer geŽxpermenteerd met het electrisch versterken van gitaren. In de jazzmuziek was de gitaar meestal een onderdeel van de ritmesectie in de bigband. Het was een begeleidingsinstrument. Door het relatief geringe volume van de acoustische gitaar ten opzichte van bijvoorbeeld een blazers sectie was er voor dat instrument ook geen andere rol weggelegd. De ontwikkeling van de f-hole arch top gitaar bracht wat meer volume maar nog bij lange na niet genoeg om er een soloinstrument van te maken. In het begin van de jaren 20 van de 20ste eeuw experimenteerde een zekere Lloyd Loar, die in dienst van de firma Gibson werkte, met verschillende elementen om het geluid van de acoustische gitaar te versterken. Het kwam toen nog niet tot een commerciŽle toepassing. Pas in het begin van de jaren 30 kwamen de eerste losse elementen voor de acoustische gitaar op de markt en paste Gibson deze ook toe op hun jazzgitaren. Jazzgitarist Charlie Christian was een van de belangrijkste promotors hiervan.
Het waren echter de Hawaian gitaren die als eerste werden gebouwd met een solid body en volledig electrisch versterkt werden bespeeld. Dit waren immers bij uitstek solo instrumenten. Het was de firma Rickenbacker die hierin een leidende rol had.
Een ex-werknemer van Rickenbacker Doc Kauffman ging een samenwerking aan met Leo Fender die toen nog een radiozaak had. Leo Fender wist de grote en zware elementen van de hawaian gitaren te verkleinen tot een voor de gewone electrische gitaar bruikbaar formaat. Hij bouwde dit in in een solid body gitaar. Het enthousiasme waarmee zijn vinding werd ontvangen onder muzikanten dee hem besluiten om zonder Kauffman zijn eigen "Fender Electric Instrument Company" op te richten. In 1948 kwam hij met de broadcaster op de markt.
Ondertussen had ook Les Paul niet stil gezeten. Vanaf de jaren 30 experimenteerde hij met zijn eigen elementen. Hij bleef echter worstelen met het probleem van de feedback van het element in combinatie met de acoustische gitaarbody. In 1941 mocht hij gebruik gaan maken van de werkplaats van Epiphone. Hier bouwde hij de eerste echte electrische gitaar die bekend zou worden onder de naam "The Log". Hij had begrepen dat je een massief houten blok moest gebruiken om het element op te monteren. Dit om het probleem van het rondzingen van het element in een holle body te ondervangen. Dit massieve mahoniehouten blok monteerde hij in een doorgezaagde body van een acoustische f-hole archtop gitaar van epiphone en de eerste electrische gitaar was geboren. Het zou het begin worden van de legendarische Les Paul gitaar die door Gibson vanaf 1952 zou worden geproduceerd.
Zoals met meer belangrijke vindingen het geval is geweest waren er meer mensen die tegelijkertijd met dezelfde ontwikkelingen bezig waren. En ze keken ook bij elkaar over de schouder mee.
In de jaren 60 en 70 kwamen met name in Japan maar ook in Europa verschillende gitaarfabrikanten met door henzelf ontwikkelde gitaren op de markt. Maar ook, met name in de jaren 60 in Japan, met vaak zeer goed gemaakte copieŽn van Gibson en Fender. Ook in Europa, met name in Duitsland (Framus, HŲfner o.a.) en ItaliŽ (Eko), maar ook in Nederland (Egmond)ontstonden gitaarfabrieken die eleectrische gitaren op de markt brachten. De Europese gitaarfabrikanten waren vaak al instrumentenbouwers die zich toen ook op het bouwen van electrische gitaren gingen richten. Al deze gitaren hadden een gezamenlijk kenmerk. Ze waren goedkoop, al liep de kwaliteit nogal uiteen. Samen met de opkomst van de rock&roll en popmuziek zorgden deze goedkope gitaren voor een enorme populariteit van het instrument. Inmiddels hebben bijna alle gitaren uit dit tijdperk een soort van cult status bereikt. Zelfs de slecht gemaakte, slecht bespeelbare en slecht klinkende exemplaren worden voor relatief veel geld op veilingsites verkocht.

Alle tekst, beeld en geluidsmateriaal zijn ©Peter Wesseling. Niets daarvan mag worden gereproduceerd zonder toestemming van de auteur